Reigers
Blauwe reiger
De blauwe reiger (Ardea cinerea) is een vogel uit de reiger familie. De blauwe reiger is tevens de bekendste vertegenwoordiger van de familie in België en Nederland. De vogel komt daarnaast voor in de gematigde streken van Europa en Azië. De blauwe reiger is een vlees- en viseter die vissen en amfibieën eet.
Eet ook andere dieren als insecten en kleine zoogdieren worden wel buitgemaakt. De vogel is een veel geziene soort in ondiepe plekken, vijvers en poldersloten alsook in weilanden. De reiger wordt vliegend gezien langs grachten en bij meren. De broed kolonies bevinden zich in hoge bomen of juist in volstrekt afgelegen bospercelen.
Grote zilverreiger
De grote zilverreiger (Ardea alba) is met zijn lengte van 85 - 100 cm is de zilverreiger zelfs nog iets groter dan de blauwe reiger. De spanwijdte is 1,45 tot 1,70 m, zijn gewicht 1-1,5 kg. Hij leeft van vis, amfibieën, kleine zoogdieren en soms ook reptielen en vogels. Hij foerageert meestal in ondiep water, maar ook op het land.
Zijn jachttechniek is eenvoudig, langdurig roerloos staan tot een prooidier in de buurt komt, of heel rustig wadend zijn prooi achtervolgend. De vogel broedt nu ook in België en Nederland. Buiten de broedtijd wordt de grote zilverreiger in België steeds vaker waargenomen.
Kleine zilverreiger
De kleine zilverreiger (Egretta garzetta) leeft in een moerassige omgeving met ondiep zoet of zout water. Het is een zeldzamere soort dan de grote zilverreiger. Overwinteren in Zuid-Afrika bij strenge winters hier. Hij jaagt op vissen, amfibieën en insecten in ondiep water. In de winter, wanneer veel vijvers dichtgevroren zijn, zal de reiger toch proberen op open water te bereiken.
De vogel broedt in dicht moerasbos, vaak in gezelschap van andere reigers en andere watervogels. Ze legt 3 à 4 lichtblauw-groene eieren. De eieren worden zowel door het mannetje als het vrouwtje uitgebroed. Na een broedperiode van 20 tot 26 dagen komen de eieren uit. Na 20 tot 25 dagen zitten de jongen volledig in de veren en kunnen ze het nest verlaten.
Koereiger
De Kleine Zilverreiger (Bubulcus ibis) is een compacte, witte reigersoort, gekenmerkt door een korte, gele snavel en lichtgele poten, die in de winter donker verkleuren. In het zomerkleed onderscheidt deze vogel zich door oranjegele sierveren op de borst, kruin en rug.
De soort kan worden onderscheiden van de Kleine Zilverreiger door de kortere, gele snavel, en van de Grote Zilverreiger door het kleinere formaat en de kortere poten en snavel.
Deze vogel staat bekend om zijn opmerkelijke symbiose met grazende dieren zoals vee, paarden en zelfs wilde buffels. Hij volgt deze dieren vaak en jaagt op de insecten en kleine prooien die door hun bewegingen worden opgejaagd. Dit gedrag maakt de Kleine Zilverreiger een interessante soort om te observeren in zowel agrarische gebieden als natuurlijke graslanden.
Purperreiger
De purperreiger (Ardea purpurea) is donkerder, kleiner en vooral slanker dan de blauwe reiger. In vlucht vallen de ver uitstekende poten met lange tenen op. Het voedsel bestaat vooral uit vis en amfibieën, die in ondiep open water gevangen worden.
De purperreiger is een zeldzame dwaalgast ten noorden van het broedgebied. De purperreiger is een moerasbewoner en broedt koloniegewijs in drassig, overjarig rietland en in door oud riet omgeven omgeving. De foto's zijn van een jonge purperreiger.